schoenen zonder sluiting en eveneens schoenen met borduursel op het voorblad (Wiklak, 1960, p. 34, fig. 9 c-g). Overeenkomstige lage laarsjes met veters, die door spleten geregen werden, ko men voor in Haithabu (Groenman-van Waateringe, 1980, afb. 26) en in een nogal wat latere context in Lübeck (Groenman-van Waateringe Guiran, 1978, Abb. 68, nrs. 49 en 50; Abb. 70, nr. 57). Bovendien zijn ze o.a. bekend uit Schleswig (pers. meded. prof. dr. W. Groenman-van Waateringe). Hoewel het er nog vrij weinig zijn, kunnen gelijktijdige vondsten uit Engeland hiermee ook goed vergeleken worden, waarbij dezelfde combinatie van schoentypen opvalt. Dit suggereert een Noord Duits-Hol- lands-Engelse groep die, weliswaar licht, verschilt van de Scandinavische groep. Laarzen als nr. 8, sommige zelfs met een decoratieve zoom op het voorblad, komen uit Oxford (gedateerd in de periode 1120- 1220, Jope, 1958, p. 75-77) en uit Coventry, Broadgate, waar ze tezamen voorkomen met laarzen met verticaal geregen veter, zo als ons nr. 4. Een schoen met spleten voor een veter uit de Bull Inn, Coven try, is met borduursel in bruine wol versierd. Andere vondsten van die plaats omvatten zolen met brede, stompe neuzen en een rijglaars van hetzelfde type als het Leidse nr. 19 (Thomas, 1980, pl. 6). Onder het schoeisel uit de Breestraat bevinden zich heel wat typen die gedurende een zeer lange tijd in zwang bleven (verge lijk bijv. de Karolingische schoenen uit Middelburg, Hendriks, 1964 en de vondsten uit Haithabu) en er is geen duidelijke stijlverandering waarneembaar gedurende de door de opgraving in de Breestraat bestreken periode. Niettemin kunnen we stellen 61

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 65