22 19 24 25 30 1 NIET INGEDEELD Rumex sp - 1 - - - 5 zuring Sagina sp. - - 100 - - 20 vetmuur Montia fontana - 8 - - - - bronkruid Viola sp. - 1 - - - - viooltje Lamium album-type - - 1 - - - dovenetel Myosotis sp. - - - - 10 - verg-mij-nietje Odontites sp. - - 1 - - - ogentroost Juncus bufonius - 20 1400 200 25 400 greppelrus Carex div. sp. - 4 2 1 - 9 zegge Bromus sp. - 110 - 1 57 - dravik Poa sp - 19 2 - - - beemdgras Gramineae 150 32 35 3 8 3 gras nog determineren - 8 14 8 7 7 enkele soorten Legenda tabel 1. 22 - ongestoorde ondergrond; grijs kleihoudend zeer fijn zand; ca. 0.90 m - NAP. 19 - nmestlflaag; fijne en grove plantenresten; ca. 0.00 m NAP. 24 - leerlaagje; fijne plantenresten, weinig fijn zand en tientallen stukjes leer; ca. 0.50 m NAP (direkt onder balk huis). 25 - plekje verkoold materiaal; fijne en grove plantenresten, kleihoudend; ca. 0.65 m NAP (in huis) 30 - "mest"kuilfi jne en grove plantenresten, iets zand, enkele stukjes leer; ca. 0.40 m NAP. 1 - ophogingslaag; zeer fijn humeus zand; ca. 2.80 m NAP. Voorlopige datering (mond. meded. D. Hallewas)22 - Duinkerke III (of Duinker- ke I), 19 - 2e helft 12e of le helft 13e eeuw, 24 en 25 - midden of 2e helft 12e eeuw, 30 - eind 12e of 13e eeuw, 1 - moderne tijd (na 1500). Monstergrootte 0,5 liter, - niet aanwezig, x aanwezig, niet geteld, determi natie niet zeker. Voor de ligging van de monsters zie Hallewas (1982, afb. 3 en 4) Zie voor enkele aangetroffen zaden afb. 1. Resultaat Tot nu toe bleek de onderzochte grond rijk aan zaden en vruchten te zijn. Tabel 1 geeft het overzicht van de gevonden planten. De soor ten zijn hierin ingedeeld in oecologische groepen (voorname lijk volgens Arnolds en van der Meijden, 1976). In enkele gevallen was een duidelijke toewijzing niet mogelijk. Hier door zijn een paar soorten dubbel opgenomen of in de rest groep geplaatst. 51

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 55