dat het geval is dan moet het pakket al spoedig na het eind van de sedimentatie daarvan zijn opgebracht. Gezien de datering van het aardewerk moet de sedimentatie hier in of voor het eerste kwart van de twaalfde eeuw zijn opgehouden. Gedurende de verdere twaalfde eeuw en een deel van de dertiende eeuw is het terrein in tamelijk snel tempo opgehoogd, voor een belangrijk deel met mest. Hieruit blijkt dat nog tot in de der tiende eeuw een belangrijk deel van de bevolking in het boeren- beroep werkzaam was. De ingrijpend gerepareerde, sterk versle ten sikkel is als het ware het symbool daarvan. Aanwijzingen voor de beoefening van andere ambachten zijn de leersnippers en het mogelijke afvalstuk van de kaardkamproduc- t ie. In het midden van de twaalfde eeuw lag de rooilijn - voor zover daar al sprake van was - van de tegenover het stadhuis gelegen gebouwen ongeveer door het midden van de huidige Breestraat. Een weg of straat uit die tijd is niet gevonden. Eerst in de tweede helft of tegen het eind van die eeuw zijn er aan de stadhuiskant van de put aanwijzingen voor een ten dele met hout geplaveide weg. De ligging van het huis Breestraat 113, waarvan het onderhuis uit de dertiende eeuw dateert (Bicker Caarten en Van der Mark, 1954) wijst er mogelijk op dat de rooilijn van deze gevelwand in de dertiende eeuw op zijn huidige plaats kwam te liggen. Literatuur Bicker Caarten, A. en G. van der Mark, "De Leidse monumenten" Leids Jaarboekje 46 (1954), 172-177. Borremans, R. en R. Warginaire, La ceramique d'Andenne, Rotterdam 1966. Bosch, J.H.A. en A.P. Pruissers, "De laatste 4500 jaar Rijn bij Leiden", in: Bodemonderzoek in Leiden, Jaarverslag 1978, 25-35. Bruin, A."Die mittelalterliche keramische Industrie in Südlimburg" BerRijksdOudheidk.Bodemonderzoek 12-13 (1962-1963) 356-459. Bruin, A."Een nieuwe middeleeuwse pottenbakkersoven te Nieuwenhagen, Limburg" Ber.Rijksd.Oudheidk. Bodemonderzoek 15-16 (1962-1963) 169-183. Cappelle, T."Die karolingische Funde von Schouwen", Nederlandse Oudheden 7 (1978). Fingerlin, I., Gürtel des hohen und des spaten Mittelalters München/Berlin, 1971. HallewasD.P., "Leiden", Bull.Kon.Ned.Oudh.Bond, ter perse. Heidinga, H.A."Leiden", Bull.Kon.Ned.Oudh.Bond, 76 (1977) 53-56. Oerle, H.A. van, Leiden binnen en buiten de stadsvesten, Leiden, 1975. Sarfaty, H. "Verslag van de provinciale archeoloog van Zuid- Holland), Jaarvers 1RijksdOudheidk.Bodemonderzoek 1971, 1971, 92-97. 38

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 40