minder typische paffrathpotjes voorkomt. Dit maakt dat de typi sche vertegenwoordigers van de kogelpot- en de paffrathgroep goed herkenbaar zijn. Daartussen ligt echter een breed over- gangsveld van scherven die moeilijk met zekerheid tot een van beide groepen kunnen worden gerekend. De functie van de kogelpotten komt met de normale paffrathpot- ten overeen. Het zogenaamde vroeg-steengoed dateert uit de dertiende eeuw en is afkomstig uit het Rijnland. Het is vooral aangetroffen in de pakketten D en E. Enkele scherven zijn afkomstig uit de pakket ten A, B en C, waarin ze waarschijnlijk door contaminatie te recht zijn gekomen. Zowel het vroege type kan met de manchet- vormige rand als het latere met dakvormig randprofiel komen voor (afb. 6). De schenkkannen hebben waarschijnlijk de functie van de andennekannen overgenomen, de kleine potjes hebben het tafelgerei van dat type uit de markt verdrongen. Het Aardenburgs-, Vlaams- of Kustaardewerk genoemde materiaal is vrijwel uitsluitend in pakket E gevonden (afb. 10), twee scherven komen uit C, één uit D. Het gaat om oxyderend, dus rood gebakken aardewerk met loodglazuur. De meeste scherven zijn afkomstig van kannen, één van een braadslede en één van een (kogel)pot. Het aardewerk uit de Breestraat is vaak ver sierd met opgelegde strips van wit- en roodbakkende klei en schubpatronen (afb. 10). Het loodglazuur kan groen zijn door toevoeging van koper. Bij de vondsten uit de Breestraat zijn er geen die voor het aanbrengen van het glazuur van een witte en- gobe zijn voorzien. De kannen zijn voorzien van uitgeknepen voetjes. Dit type aar dewerk wordt op zijn vroegst in de tweede helft van de dertien de eeuw gedateerd (Trimpe Burger, 1964). Oorspronkelijk bestond het vermoeden dat het om importen uit België of Frankrijk zou gaan doch er komen steeds meer aanwijzingen dat het waarschijn lijk een lokaal produkt is geweest (Schimmer, 1974/19). Roodbakken/blauwgrijs aardewerk ontbreekt vrijwel. In de veertiende eeuw neemt de produktie van dit lokaal ver vaardigde aardewerk een hoge vlucht. Een oor van een kan en een rand van een koekepan komen uit pakket D, een steel van een koekepan uit pakket E (afb. 9 en 10). De koekepanfragmenten kunnen waarschijnlijk nog in de dertiende eeuw worden gedateerd. Interessant is de rand van mogelijk een grote schaal, afkomstig uit pakket A (afb. 6). De buitenkant van deze scherf is rood en het breukvlak grijs. Aan buiten- en binnenkant komen enkele spetjes loodglazuur voor. Ongeveer 5 cm onder de rand is waar schijnlijk een rij nagelindrukken aanwezig. De scherf is af komstig van een op het wiel gedraaide pot. Van potten die met de plaatsnaam Elmpt worden aangeduid zijn slechts enkele fragmenten gevonden. In het algemeen gaat het bij deze groep om grote voorraadvaten die van buiten zwartgrijs en op de breuk wittig zijn. Een zevental fragmenten werd in pakket A verzameld tegen slechts één fragment in zowel B als C. 34

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 36