ciale constructie; in de bovenkant was een enkele centimeters brede, in de lengterichting lopende gleuf aanwezig. Ook de lig gende balk tussen c en d werd in het midden door een liggende plank gesteund. Een rijtje rechtopstaand ingegraven planken staat loodrecht op de rij ingegraven palen. Deze planken waren door messing en groef met elkaar verbonden. In dit lagenpakket werden verder enkele met mest gevulde kuilen gevonden. Een van deze kuilen - in het profiel afb. 3 bij D is vanuit de top van dit pakket of een nog hoger, nu verdwenen, niveau ingegraven. De mestproduktie is dus zeker tot in de der tiende eeuw doorgegaan. Het hout uit het bovenste deel van het lagenpakket levert een geheel ander beeld. Opvallend is een onregelmatige palenreeks aan de kant van het stadhuis. Deze reeks loopt parallel aan de as van de huidige Breestraat. In een kleine uitbreiding van de put aan de stadhuiskant zijn veel liggende planken en palen aangetroffen. De oriëntatie ervan is evenwijdig aan of loodrecht op de as van de Breestraat. Ook bij het leggen van het riool - tussen de opgravingsput en het stadhuis - werden veel liggende planken gevonden. Blijkens in de planken geboorde gaten waarin nog vaak deuvels zateij, hebben zij, voor ze hier terecht kwamen, andere functies gehad. Ook in het deel C-D van het profiel is een aantal loodrecht op de as van de Breestraat liggende paaltjes waargenomen, vooral in het zuidoostelijk deel van de put op ca. 130-140 cm boven NAP. Evenwijdig aan de Breestraat lagen in het profiel enkele dikke balken. Eén ervan, bijna vier meter lang, lag op korte, loodrecht op deze balk liggende korte balkjes, die wegzakken onmogelijk maakten. Bovendien werd de lange balk door ernaast ingeslagen paaltjes op zijn plaats gehouden. Het liggende hout kan deel hebben uitgemaakt van een bestrating in hout. De"rij staande palen kan de straat van de aanpalende erven hebben afgescheiden. Aangezien in dit deel van het pakket geen sporen van opstallen werden gevonden, bestond er ten tijde van de accumulatie waarschijnlijk een onbebouwde ruimte tussen straat en huizen. De met mest gevulde kuil (bij D) in deze ruimte bevestigt deze veronderstelling. Deze "voortuinen" werden eerst later in de Breestraat opgenomen. De geleidelijke verbreding van de Bree straat werd pok door Van Oerle gesignaleerd (1975, 59). Aan de zuidoostkant van de put werden eveneens veel liggende planken aangetroffen die ook loodrecht op of evenwijdig aan de as van de Breestaat lagen. De functie van deze planken is niet duidelij k. 29

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 31