Om deze reden werd de put in een vijftal achtereenvolgende vak ken steeds zo diep uitgegraven als technisch mogelijk en ver antwoord was. Gevolg hiervan was dat de natuurlijke ondergrond en de onderste lagen niet in de hele put konden worden bereikt. Langs de lange zijde van de put aan de stadhuiskant is over ca. 150 cm breedte de grond langs de damwand gespaard om het pro fiel te verkrijgen (afb. 3, A-B, B-C, C-D, D-E). Ook aan beide korte zijden van de put en een deel van de tegenover het stad huis gelegen kant kon het profiel worden vastgelegd. De afmetingen van de uitgegraven put bedroegen ca. 18x3 m. Omdat er tijdens het onderzoek weinig tijd zou zijn om vondsten te verzamelen werd besloten die activiteit in de put tot een minimum te beperken. De uitgegraven grond werd, voorzien van labels met herkomstaanduiding, naar een stortplaats afgevoerd. Daar werd deze grond op vondsten nagelopen. 26

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 28