In 1567 werd het Waaggebouw volledig vernieuwd. De stad kocht een belendend perceel aan, om het complex te kunnen uitbreiden (15). Over een vernieuwing van de kraan op hetzelfde moment is niets bekend. Pas uit 1649 zijn gegevens voorhanden, waaruit zo'n vernieuwing duidelijk blijkt. In dat jaar nam het Gerecht een resolutie aan, waarin de toen malige "Staasfabriek" opdracht kreeg uit te kijken naar hout, dat voor een dergelijk werk geschikt was. Nadere tekeningen, of een bestek zijn hiervan niet gevonden, maar men mag aannemen dat het werk in eigen beheer is uitgevoerd. Omdat de bekende afbeeldingen van de kraan voor en na deze datum - voor zover zij betrouwbaar geacht kunnen worden - twee verschillende typen kraan weergeven, is het aannemelijk, dat de geconstateerde ver andering inderdaad het gevolg was van de in 1649 genomen reso lutie. De eerstvolgende verbouwing had plaats in 1728. In het "Verhuyring ende Bestedingboek" van de stad Leiden is een be stek opgenomen voor de besteding en gunning van het arbeidsloon tot het maken van een nieuwe staander voor de kraan, met vier nieuwe karbelen en een nieuwe staartbalk 16) Uit deze aanbesteding blijkt, dat de aannemer vier nieuwe kar belen of schoren moest maken in de onderslagbalken, de zgn. grondberrie, waarop ook een nieuwe staander moest worden aange bracht Hierdoor wordt langs schriftelijke weg bevestigd, wat ook reeds op grond van de afbeeldingen vermoed kon worden: een verande ring van kraan in het midden van de zeventiende eeuw. Sinds 1649 heeft de kraan bestaan uit een draaibare, houten construc tie, die gefundeerd was op een houten, in de grond ingegraven kruis, waarop een staander stond, die door vier schuine balken geschoord werd. De vrij eenvoudige constructie, die zichtbaar is op het schil derij van Van den Burgh, werd in 1728 vervangen door een nieuwe versie, die bekend is van verschillende bouwtekeningen en topo grafische afbeeldingen. Daarbij werd op basis van de oudere fundering gewerkt. In 1784 was het opnieuw nodig de constructie te vernieuwen. Toen werd een aanbesteding gehouden, waarbij het maken van een nieuwe staander met bijbehorende werken gegund werd 17)In het bestek was expliciet sprake van het kruis, waarop de staan der stond, en van palen onder het kruis. Bij het stellen van de staander moest gebruik gemaakt worden van net zo'n systeem als de bestaande pen of pennen. Men wist niet precies hoe die za ten, zodat de aannemer zich naar de gevonden gaten moest rich ten. De tekst van het bestek rept ook van de mogelijkheid dat het metselwerk van de walmuur in de weg kan zitten bij het werk. Men realiseerde zich dus kennelijk dat de vernieuwingen van de walmuur, die in 1763 waren uitgevoerd (zie de bijdrage hierover op pag. de ondergrondse constructie van de kraanfundering hadden kunnen aantasten. Maar men kende blijkbaar de exacte situatie niet meer. 119

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 127