Zij eindigt in een geprofileerde en gekanteelde vetvanger (6x) met in het verticale lijst ervan opnieuw een versiering in de vorm van een vijfpasornament (6x). De binnenzijde van de vetvanger (diam. 16 cm) loopt trapsgewijs naar beneden en in het centrum is de kaarsepin aangebracht. De schacht was onder de tweede knoop in tweeën gebroken. Ook deze kandelaar bestaat uit meerdere onderdelen namelijk de voet met schacht en vetvanger; de kaarsepin; de drie vrij hoge leeuwtjes (h. 8,7 cm) en de drie aangeklonken nokken. De derde altaarkandelaar (afb. 6) heeft een oorspronkelijk op drie leeuwtjes rustende gewelfde voet (h. ca. 37 cm, diam. 16 cm), waarvan twee leeuwtjes verloren zijn gegaan. De voet, versierd met een vijfpasornament (6x) eindigt aan de bovenkant in een ring (diam. ca. 12 cm) met forse uitkragende rand waarop de stam is geplaatst. Om een verdikking aan de basis hiervan bevindt zich een geprofileerde ringvormige knoop met daarboven twee eveneens geprofileerde knopen. De schacht eindigt weer in de met lijstwerk, kantelen (6x) en vijfpasornament (6x) versierde vetvanger (diam. 13,5 cm). Hoewel de laatste twee kandelaars in afwerking enigszins verschillen, hebben ze wat vorm betreft nogal wat overeenkomst Wat nu de datering van de drie altaarkandelaars aangaat, meen ik te moeten aannemen, dat ook deze stukken uit de eerste helft van de vijftiende eeuw stammen. Daarop wijzen de vorm van de voet die bij de latere exemplaren veel hoger is en als het ware trapsgewijs omhoog torent, de strenge kantige vormen van voet, knopen en lekbak en bovendien de kantelen in de lekbakken, een kenmerk van de oudste van elders bekende, gedateerde exemplaren. Er dient nog te worden opgemerkt dat dit soort vijftiende-eeuws koperwerk nooit gesigneerd is door de gieter. Hoogstens kan er sprake zijn van een eigendomsmerk, aangebracht door de eigenaar, maar zelfs dit type merken is uiterst zeldzaam. Tenslotte resteert nog een fragment van de schacht van een kaarsenkroontje (h. 19,5 cm) (afb. 7). De onderdelen van de schacht van dergelijke kroontjes werden door een ijzeren staaf bijeengehouden. Restanten daarvan werden in het gevonden schachtdeel aangetroffen. Het fragment behoort tot een type luchter dat grote overeenkomst vertoont met het te Scharnegoutum gevonden, veel vollediger exemplaar. De ring aan het onderdeel biedt door middel van zwaluwstaartverbindingen plaats voor het bevestigen van drie armpjes. Dit duidt erop dat het of een heel klein kroontje of een deel van een luchter met twee kranen - gerwijnen zou de middeleeuwer zeggen - is geweest. Mogelijk heeft bovenop het stuk een engeltje of leeuwtje gestaan. Een afbeelding van een dergelijk kaarsenkroontje is o.a. te vinden op de Verkondiging geschilderd door Rogier van der Weyden (ca. 1399-1464), die in het Louvre te Parijs hangt (13). b conservering De hiervoor genoemde geelkoperen voorwerpen werden in het Centraal laboratorium voor onderzoek van voorwerpen van kunst en wetenschap te Amsterdam op uitstekende wijze 100

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 108